home

contact

vorigevorige        
   

Laatste nieuws

Excursies

Jeugdhonk

Bijzondere waarnemingen

lid worden?

Bestuur

 
       
 
Herkennen van prooiresten
 

In de braakballen kom je voornamelijk muizenbotjes tegen.  De soort muis is te herkennen aan de schedel, de kaken en het gebit. Het is voor de determinatie vaak van belang dat je boven- en onderkaak van de muis hebt.
Muizen zijn onder te verdelen in drie groepen:

                                                   1 woelmuizen
                                                   2 spitsmuizen
                                                   3 ware muizen

1 Tot de groep woelmuizen behoren:

veldmuis, aardmuis, waterrat, rosse woelmuis, ondergrondse woelmuis en Noordse woelmuis (komt niet in de Achterhoek voor). De meest voorkomende muis is de veldmuis. De groep woelmuizen is te herkennen aan de kauwvlakken van de kiezen, zij vormen een zigzagpatroon.



2 Tot de groep spitsmuizen behoren:
huisspitsmuis, waterspitsmuis, dwergspitsmuis, bosspitsmuis en tweekleurige bosspitsmuis. De meest voorkomende zijn de huisspitsmuis en de bosspitsmuis. De groep spitsmuizen is te herkennen aan de spitse snuit en de kleine scherpe tandjes waarmee ze insecten fijn kauwen.




3 Tot de groep ware muizen behoren:
huismuis, bosmuis, dwergmuis, bruine rat en zwarte rat (komt niet in de
Achterhoek voor). De meest voorkomende muis is de bosmuis. De groep is te herkennen aan het kauwvlak van de kiezen, ware muizen hebben knobbelkiezen, net als bij de mens.




Naast muizen kom je soms ook botjes tegen van kikkers, merels, mussen, zwaluwen, vleermuizen, mollen, jonge haas, jong konijn, jonge eekhoorn.

Op de foto ligt het resultaat van een braakbal van de velduil. Deze velduil had twee muizen gegeten; een aardmuis (bovenste rij) en een veldmuis (onderste rij).
Op de foto zie je eerst een stukje van een achterhoofd liggen (van het schedeltje)
Dan 2x2 deeltjes van de zijkant van het achterhoofd. Het achterhoofd breekt meestal af.
Daarnaast twee keer een bovengebit.
Daarnaast 4x een ondergebit.
Daarnaast twee keer een kies (gaan vaak los zitten).
Dan 2x een paar opperarmbeenderen.
Dan 3x een schouderblad, alle drie aan de bovenkant afgebroken.
Dan 2x een paar bekkenbeenderen.
Dan twee keer een baar dijbeenderen (kogelgewricht goed zichtbaar)
Dan 2x een paar scheenbeen/kuitbeenderen. Dit zit bij de muis aan elkaar vast, kuitbeen aanhechting is te zien, maar de rest van het botje is afgebroken.
Tenslotte 3x een paar spaakbeen/ellepijp waar van 1 niet compleet is
Op de onderste rij liggen ribbetje, daarnaast voet-hand wortelbeentjes, daarnaast wervels en tenslotte de nekwervels.

Meer informatie
Voor het determineren van prooiresten kun je het volgende boekje goed gebruiken:
Braakballen pluizen
Noord-Hollandse Zoogdierstudiegroep
KNNV Uitgeverij
ISBN 9050111254
Verder kun je je opgeven bij de VZZ (vereniging voor zoogdierkunde en zoogdierbescherming) als je mee wilt doen met braakbalmonitoring. Ook kun je hier een goede zoekkaart bestellen voor het herkennen van prooiresten.