home

contact

vorigevorige        
   

Laatste nieuws

Excursies

Jeugdhonk

Bijzondere waarnemingen

lid worden?

Bestuur

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

nest met mezeneieren

 

kast bewoond door boomklever

nest boomklever

nest van spreeuw

       
 
Verslag nestkasten
 

Door de jaren heen heeft Vogelwerkgroep Neede altijd een aantal actieve mensen gehad die zich bezig hield met het wekelijks controleren van nestkasten. In Neede zijn 8 bosgebieden waar nestkasten hangen die in de periode van eind april tot half juni om de 10 dagen bezocht worden. Op formulieren wordt bijgehouden hoe het staat met de nestbouw, de eilegfase, het broeden of de jongenfase. Aan het eind van het seizoen worden al deze formulieren verzameld en wordt er een totaaloverzicht gemaakt.

's Winters worden de kasten tijdens een avondcontrole ook gecontroleerd. De mezen slapen dan vaak in de kastjes. De eventuele ringnummers worden dan afgelezen en genoteerd.

controle van een nestkast

In tabel 1 ziet u hoeveel broedsels er per soort de afgelopen jaren waren.
In tabel 2 ziet u hoeveel eieren elk soort de afgelopen jaren heeft gelegd.
In tabel 3 ziet u hoeveel jongen er per soort de afgelopen jaren zijn uitgevlogen.

Eind april begint de eerste nestbouw en hieraan is vaak al te zien welk soort vogel in de nestkast gaat broeden. In de meeste gevallen zijn dat koolmezen en pimpelmezen. Tijdens de controlerondes wordt bijgehouden hoe ver het neststadium is, vervolgens bij een volgende controle wordt het aantal eieren geteld en tenslotte wordt het aantal jongen geteld. Als de ouders op het nest aanwezig zijn, wordt er tevens gekeken of ze geringd zijn. Hier kunt u zien wat de oudste vogels zijn die wij hebben teruggevangen.

Mezen maken een nest van veel mos. Hoe groter de nestkast, hoe meer mos er wordt aangebracht. We hebben zelfs wel eens een steenuilkast gehad die bewoond werd door een koolmees. De riante woning lag helemaal vol met mos! Het nest wordt bekleed met wat gras, veertjes en evt. haren van bv. dekens of paarden. De eieren van kool- en pimpelmezen zijn wit met kleine bruine stipjes. De eitjes van pimpelmezen zijn een fractie kleiner dan van koolmezen, maar dat is zonder vergelijking moeilijk in te schatten.

Soms gaat een boomklever in een nestkast broeden. Zijn nest bestaat uit allemaal bruine houtschilfers. Bovendien metselt hij wat dicht boven de invliegopening, zodat de deksel van de kast vaak vast komt te zitten. De eitjes zijn wit met bruien vlekjes.

Ook bonte vliegenvangers bewonen de kast. Na hun terugkomst uit Afrika moeten zij geregeld een strijd voeren met koolmezen die 'hun' kast al hebben bezet. Een enkele keer moeten zij dit met de dood bekopen en vinden wij naast de broedende koolmees een dode bonte vliegenvanger in de kast. Het nest van de bonte vliegenvanger is te herkennen aan een mooi rond, bruin kommetje, gemaakt van fijne stukjes boomwortel, bladeren, mos en grasstengels. Vogelveren worden nooit gebruikt.

Een nestkast met een wat grotere invliegopening kan worden gebruikt door een spreeuw. Een spreeuw sleept vaak veel grof gras naar zijn nest. Er wordt geen mooi kommetje gemaakt, het nest ziet er wat rommelig uit. Aan de uitvliegopening is vaak te zien of de kast bewoond is: een witte schijt-streep duidt op bewoning. De eieren van een spreeuw zijn blauw.

Verder worden de kasten ook wel eens bewoond door ringmus, glanskopmees en gekraagde roodstaart. Echter, de kasten worden niet alleen bewoond door vogels! Ook muizen, vleermuizen, hoornaars en wespen maken graag gebruik van de kast. We hebben zelfs een keer een eekhoorn in een spreeuwenkast gehad. De invliegopening was door spechten wat groter gehakt, waardoor het de eekhoorn toegang gaf!