home

contact

vorigevorige        
   

Laatste nieuws

Excursies

Jeugdhonk

Bijzondere waarnemingen

lid worden?

Bestuur

 
       
 
Roofvogels
 

Roofvogels zijn gebouwd om te jagen. Hun lichamelijke eigenschappen zijn aangepast aan de bijzondere leefwijze als jagers op levende prooien. De voornaamste aanpassingen zijn te vinden in het vliegapparaat, het gezichtsvermogen, het gehoor, de poten en de snavel.


boomvalk


Vliegvermogen spelen een belangrijke rol bij de jacht. Roofvogels kunnen uitstekend vliegen. Hierdoor zijn ze niet sneller of wendbaarder dan andere vogels, maar ze onderscheiden zich door hun vermogen om met relatief weinig
energieverbruik veel en langdurig in de lucht te zijn.  Dat danken
ze aan hun hun heel grote draagvermogen:  ze hebben een groot
vleugeloppervlak in verhouding tot hun lichaamsgewicht.
Vliegend zijn de meeste soorten veel  indrukwekkender dan
wanneer ze in een boom op op de grond zitten.Tussen
roofvogelsoorten onderling zijn grote verschillen in draagvermogen, die samenhangen met de jachtwijze. Hoe groter het draagvermogen, hoe langzamer de vogel kan vliegen en hoe minder inspanning het kost om lang in de lucht te blijven (bijv. kiekendieven, zeearend). Een kleiner draagvermogen, dus een relatief groter gewicht, zorgt ervoor dat een vogel meer kracht en snelheid kan ontwikkelen (bijv. havik, sperwer).

Naast verschillen in draagvermogen zijn er grote verschillen in vleugelvorm, die ook samenhangen met de manier van jagen. De havik en de sperwer hebben relatief korte, afgeronde vleugels, waardoor ze heel wendbaar zijn. Valken daarentegen hebben smalle puntige vleugels, waardoor ze in normale vlucht een hogere snelheid ontwikkelen. Roofvogels die langdurig vanuit de lucht naar iets eetbaars speuren, zoals gieren en grote arenden, hebben lange en brede vleugels en daardoor een groot zweefvermogen.

Roofvogels jagen grotendeels of uitsluitend op het oog. ook bij uilen speelt visuele waarneming een belangrijke rol. Roofvogels zien net als mensen binoculair (beide ogen recht naar voren). Dit is nodig om afstanden te kunnen schatten, hetgeen voor een jagende roofvogel een onmisbare eigenschap is. Het oog van een buizerd is bijvoorbeeld nauwelijks kleiner dan dat van een mens.


bruine kiekendief


Bij roofvogels verschilt het gebruik van het gehoor van soort tot soort. Valken jagen uitsluitend op het oog. Hun gehoor is dan ook niet bijster goed ontwikkeld. Kiekendieven hebben wel een scherp gehoor, dat ze gebruiken bij de jacht. om hun prooi te zoeken tussen de struiken en het hoge gras. Ook roofvogels die in bossen en bosachtige terreinen jagen, zoals de havik en de sperwer, gebruiken hun gehoor bij het opsporen van prooien. Maar dit stelt nog weinig voor vergeleken met uilen, die het kleinste geruis kunnen opvangen.


Roofvogels grijpen hun prooi met de poten, en vrijwel alle soorten doden de prooi ook met hun poten en niet met hun snavel. Valken vormen echter een uitzondering: zij kunnen wel met de snavel doden. Roofvogels hebben sterke poten, met krachtige tenen en lange kromme nagels. De drie naar voren wijzende tenen wijken vrij ver uiteen, wat voor een goede grip zorgt.Veel roofvogels hebben een verlengde middelste teen en een lange achterteen, die samen een soort tang vormen.


blauwe kiekendief


Roofvogels gebruiken hun snavel, met de naar beneden gekromde, in een punt uitlopende bovenhelft om prooien te plukken en in stukken te scheuren. De snavel is niet geschikt om te doden, waarop de snavels van valken een uitzondering vormen. Zij hebben aan beide zijkanten van de bovensnavel een soort tang, met op de overeenkomende plek in de ondersnavel een inkeping. Hierdoor zijn valken in staat heel stevig te bijten en de prooi met de snavel te doden. Verder hebben roofvogels aan de snavelbasis een washuid; een stuk kale, niet door veren bedekte huid, waarin de neusgaten liggen.