home

contact

vorigevorige        
   

Laatste nieuws

Excursies

Jeugdhonk

Bijzondere waarnemingen

lid worden?

Bestuur

 
       
 
Boomklever
 

boomklever

Grootte: Zo groot als een mus. Maar door een ander silhouet lijkt de Boomklever groter.

Sommigen verwarren Boomklevers wel eens met Boomkruipers. De laatste komen ineen toch wat andere biotoop voor en zijn onopvallend bruin gestreept en kruipen liefst tegen boomstammen met een ruwe schors (zoals Acacia en Berk) en ze gaan altijd van onderen naar boven. Boomklevers zijn echter mooi gekleurde, spechtachtige vogels die zowel van boven naar beneden als van onderen naar boven kunnen klimmen.

Biotoop: rijk loofbos, bij voorkeur eiken- en beukenbos.

Boomklevers zijn in Nederland vooral te vinden op de zandgronden met oud geboomte.

Ze worden ook steedss vaker in parken en zefs in villatuinen met wat ouder geboomte (vooral Beuken) in de buurt gezien. 's Winters komen ze zonnepitten of hazelnoten van de voertafels wegpikken om die op veilig afstand open te hakken.

Nest: Ze nestelen in allerlei boomholten of -gaten, maar soms in nestkastjes. Boomklevers hebben de bijzondere gewoonte om te grote nestingangen vrijwel dicht te metselen met vochtige aarde. Eekhoorns en andere rovers zoals marterachtigen kunnen dan niet naar binnen.

Territorium: 3 a 5 hectare. Soms meer.

Komt in Nederland voor als: Het zijn standvogels en ze zijn er dus het gehele jaar. Zelfs in strenge winters worden nauwlijks zwerfneigingen getoond.

Bedreigd of niet? Niet bedreigd. Na een herst met veel beukennootjes en weinig sneeuw in de winter kunnen ze in verscheidene gebieden flink in aantal toenemen als de winterverliezen matig zijn gebleven.

In Drenthe namen ze in aantal toe van minder dan tien paren in 1975 tot wel 250 paren in 1995. Ook in Noord-Brabant werd een toename van het aantal broedparen geconstateerd.

Als gevolg van populatie-overschot heeft de Boomklever zich sinds 1948 in Belgisch Vlaanderen uitgebreid in westelijke richting. In 1990 kwam deze uitbreiding tot stilstand.

Aantal broedparen in Nederland: 10.000-17.500 broedparen (1987)

jonge boomklevers